Bloeiend Oost-Vlaanderen

VAN VOORLIEFDE TOT ERFGOED

In de 17de en 18de eeuw was planten verzamelen een dure hobby. Rijke liefhebbers met mooie oranjerieën pronkten graag met hun verzameling exotische bloemen en planten. Een voorliefde, die ervoor zorgde dat planten uit het verre Oosten eind 18de eeuw hun weg vonden naar hier. Ze werden gekweekt, gekruist met andere soorten en trots tentoongesteld, voor de eerste keer in 1809 in Au Jardin de Frascati aan de Coupure in Gent. Het enorme succes leidde tot steeds grotere tentoonstellingen, meer soorten, nieuwe kleuren en bijna 2.000 telers. De Floraliën werd een begrip en in 2010 werd de Gentse azalea zelfs erkend als Europees streekproduct met een beschermde geografische aanduiding.

BEGEESTERDE PIONIERS

Nog steeds wordt 80% van de Europese azalea’s in Vlaanderen geteeld. Lochristi en Beervelde zijn het epicentrum, maar kwekerijen vind je overal in Bloeiend Oost-Vlaanderen en dat hebben we grotendeels te danken aan enkele pioniers.

In de 17de eeuw bracht de Franse monnik Charles Plumier als eerste exotische planten naar onze streek. In opdracht van de Zonnekoning bracht hij de begonia vanuit de Antillen mee naar Europa. Anderhalve eeuw later bracht Adolf Papeleu op zijn beurt de kennis van het bomen kweken mee vanuit Midden-Amerika naar Wetteren waar hij een bloeiende boomkwekerij opstartte. Niet veel later experimenteerde ook Charles Vuylsteke in Kasteel Rozelaar met sierteelt in heuse verwarmde serres. Ondertussen richtte Louis Van Houtte in 1849 in Gentbrugge (nu Melle) de eerste Europese tuinbouwschool op. Tussen 1845 en 1883 bracht Van Houtte ook het 23-delige tuinbouwkundige 'Flore des serres et des Jardins de l’Europe' uit, met meer dan 2.000 gekleurde planten.

Dankzij deze pioniers gonsde het in de streek van de bedrijvigheid, en het duurde dan ook niet lang tot leerlingen van zowel de pioniers als de tuinbouwschool ook in de buurt hun eigen bedrijven startten. Zo kwam ook de export naar het buitenland volop op gang. Tot op vandaag wordt het overgrote deel - zo’n 90% - van de Oost-Vlaamse sierteeltproductie geëxporteerd naar alle uithoeken van de wereld.

INVLOED OP HET LANDSCHAP

De sierteelt heeft de voorbije 200 jaar ook een grote invloed op het landschap gehad. Papeleu groef met zijn meesterknechten greppels en grachten in de heide. Hij toverde het Wetterse landschap zo om tot een gebied vol bomen en planten. Onderweg zal je ook heel wat velden - al dan niet in bloei - serres en bakstenen watertorens zien. Deze streek ademt werkelijk sierteelt, en dat merk je.

Kastelen en bloemistenvilla’s

Ook buiten de productie zelf, had de sierteelt een grote invloed op het landschap. De rijke burgerij bouwde optrekjes hun naam en status waardig, omringd door mooie tuinen en oranjerieën.

Een extra kastelenlus

Destelbergen herbergt in totaal zo’n twintigtal kastelen. De meeste zijn privé eigendom en niet zomaar toegankelijk, maar je kan er uiteraard wel even langs fietsen. Tussen knooppunten 7 en 8 in Destelbergen staan ook heel wat kastelen met een sierteeltgeschiedenis. Zo werden de kastelen Crabbenburg, Te Lande en Walbos pas in de 19de eeuw gebouwd door welvarende families uit de sierteeltindustrie.
In Lochristi springt vooral het kasteel in het park van Beervelde in oog. Daar vindt 2 keer per jaar de organisatie van de Tuindagen van Beervelde, het visitekaartje van de sierteelt in Oost-Vlaanderen, plaats.

Waar je ook fietst of wandelt in Bloeiend Oost-Vlaanderen zal je heel wat typisch 19de eeuwse bloemistenvilla’s zien. Heel wat van die villa’s hebben ondertussen een andere functie gekregen. Vaak kan je er heerlijk uit eten of zelfs overnachten. Twee provinciale domeinen hebben ook oog voor sierteelt: Den Blakken in Wetteren en Puyenbroeck in Wachtebeke. Den Blakken is een 9,7 ha groot park rond de statige villa ‘Les Mélèzes’ (De Lorken) je vindt er nu het Oost-Vlaamse promotiecentrum voor sierteelt, rozenstruiken en parkbomen. In de pastorie van Zaffelare werd het LoS Sierteeltmuseum ingericht. 

KLEURRIJKE BLOEIPERIODES

Wil je een extra mooie tocht? Hou dan rekening met de bloeiperiodes. Vanaf eind april bloeien azalea’s in tuinen en parken. Begonia’s bloeien op de velden van eind juli tot de eerste vorst. Van september tot april bloeien de kamerazalea’s.

Uit Goeie Grond!

Ontdek het tuinbouwverleden in de regio. Vanaf september 2017 vind je onderweg ook zes interactieve audiopunten waar je het tuinbouwverleden kan ontdekken.

Wek zelf de nodige energie op en laat het verleden tot je spreken. Op de verschillende fiets- en wandelroutes en langs de aanlooproutes in Destelbergen (Reinaertpark) en in Merelbeke (Liedermeerspark) vind je de audiopunten terug.

PS, download meteen ook de ErfgoedApp, dan krijg je op deze punten nog meer historisch beeldmateriaal op je smartphone of tablet.

Meer info op erfgoedcelviersprong.be/uitgoeiegrond.